thuisschipprogrammafoto'sgedichtencontact

Gedichten

’t is feest op ’t wad

onder dreigende luchten
spelen blauwe golven
met wit krullende koppen
krijgertje
rode gele groene slierten wier
versieren de golvende zandplaten
uitbundig
net als de rode gele groene boeien
resten van kleur
slingers op de vloedlijn
zand wordt zon
zee de maan
glinsterend glunderend

ja, ’t is feest op ‘t wad

lambert



nat zand

korreltje zand in een heel al
de oude korst vol leven
een dampkring bijeen
niemands land
niemands water
moddermoeder die me zo omgeeft
om me geeft

korreltje ik die net als ieder een
de tekens ken
betekenis toeken
dring in ‘t vergeten weten
tot me door
ik kan er genoeg
maar niet genoeg van krijgen

nat zand

douwe

 

hoor ie de zon?
t is maar naar welke kant je luistert
en op welk moment ‘ie fluistert
onder je voeten .. om je heen ..
onder de aarde langs .. in jezelf ...

douwe

 

een onbekende vogel roept
zwart wit duikt in het grijs
't lijkt me een stilte
voor de storm
ik wacht
kam vast m'n haar
en zwaai
zwaai
naar de strandloper

dicky

 

een zee vol kabbeljou

ik kabbel jou
kabbel jij mij?
De stroom neemt me mee
Een boei boeit me niet

wat heb je aan een mobieltje
als je muurvast ligt...........

ik zie de schipper
lopen over het wad

verdwaald

irma

 

het schip scheurt het water
open
daarachter sluit het zich
naadloos aaneen

irma

 

Zit ik op de w.c.,
klaar,
pomp ik het water op,
komt heel de waddenzee naar binnen…..
Zeehondjes,vuurtoren, grote boten, kleine boten
heel het land,
heel Ameland en Vlieland,
heel de Waddenzee binnenste buiten.
Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

irma

 

gehurkt op een smal cementen randje
mijn ziel bereid tot een sprong

ik nam mijn onvermogen
en gooide het terug in zee

een gelukkiger mens

pimm


 

vandaag wind

jagend
te bezeten voor mij
meedogenloos
opdringerige ongenode gast
je wil gevoeld
gehoord worden

houd je grote mond
jij slinkse charmeur.
kom hier!
en ga weg!

waai mijn grens
van mij vandaan

pimm

Zee

Ik zeg je: het getij loopt rond: een voor.
De baai krijst terug:
“probeer het maar, je komt niet door!”

Ben ik nog altijd voor?

Lucht

Boortoren boort uit nevels, sirenes door de lucht.
Je kunt niets zien, maar leest:
olie, straling, vuil, een algehele kou.

En ik, hoe vertel ik dat aan jou?

Land
Kleine wormen poepen zand,
Verspreiden losse geur van grond.
Een fijne tekening, vlucht weg.

Waarom zou hij ook luisteren naar wat ik zeg?


marijke

 


Lichtblauw met wit
Laat donkere sporen na
Door de zwevende wind
Verdwijnen met zacht vogelgekrijs
De nevelige schepen in het landschap zonder horizon

Donkergrijze tinten
Verplaatsen de spiegelende hoopjes
Op een zinderend wasbord
Van ielig geel, langs wollig grijs
Naar een wegvloeiende dreigende einder

Zonder horizon verlies ik mij
Waar ben ik gebleven?

rené

 


Wat als
zij er lucht van krijgt
van mijn zucht naar wijn………..?

ik zing:
waterland klaterland
heuveltje holletje
vloed en eb
is het de kolder
die ik heb?

ik vraag:
zakt de rode zon
door een snee in
het ribbelig zand?

zegt zij:
nee
in de zilte zee.

lisa

 


De zeilen gehesen,
touwen geborgen.
Genietend sta ik
ver te kijken,
samen met mijn goede vriend.

Halve woorden worden verstaan,
Zinnen verdiepen zich
in uitdagende verten.
Even is alles…ik en jij.

Het werk roept: touwen strakker
Het roer gaat om.
Boeien wijzen de weg
door de eindeloze zee.

Ik kijk naar de hemel en denk:
hoe zal het zijn met haar?
De zon breekt plotseling de wolken.
Ik voel:
Ver weg is heel dichtbij.

hans

 

 

zacht pruttelt de motor
dieselgeur komt omhoog
mijn geleende jas is
warm en dik

politiek, wijn, voetbal
mannenpraat
vrouwen doen dat anders
de schipper kijkt glimlachend om
we stangen
we lachen

onze woorden vervliegen
in flarden op de wind


nico

 


opeens waren we
in een bos
vol jonge aanplant
heb ik op de kaart gekeken
alles blauw


vera ellen

 


het wad

daar blijf ik
weggedreven
het dichts bij mijzelf

yolan

 


Waait de felle noordenwind
Dan dicht ik mij een jasje
Of een wollen vest.
Koester mij warm
In een vacht van woorden.
Met de rode muts in top
Kan de reis beginnen
Monsieur Brel on va venir.


christine

 


Wind

Als je hard waaid ben je een man
Zachtjes ritselent een vrouw
Zij brengt geuren
En blauwgroen kan ze ook waaien

Storm brengt chaos in ziel en haren
En nucleair afval van heel ver weg
Zij laat het langzaam bloesem sneeuwen
En bij mist trekken de flarden zacht voorbij

Hij rukt en ruimt de wolken op

En ik
     Ik wacht op een androgyne


dicky